Naar inhoud

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze nieuwste realisaties en producten.

Verzend

Nieuws

Bespaar geld & energie

Uit een studie uitgevoerd in opdracht van de Europese commissie blijkt dat de meeste woningen in Europa slecht geďsoleerd zijn. Dit veroorzaakt enorm veel energieverlies. De Belgische woningen zijn er doorgaans slecht aan toe: 36% van de privé-woningen zijn nog steeds volledig uitgerust met enkele beglazing en 54% met klassieke dubbele beglazing.

toegevoegd op 15 oktober 2009

Home FAQ

FAQ

Heeft u een probleem met condensatie?

Bij isolatieglas kan condensatie nooit geheel voorkomen worden. De condensatie kan zich manifesteren op drie verschillende plaatsen op het isolatieglas: aan de binnenkant van het lokaal, in het isolatieglas zelf, of aan de buitenkant van het lokaal.

1. Aan de binnenkant van het lokaal (zijde 4)

Deze condensatie is afhankelijk van :

  • de luchttemperatuur van het lokaal;
  • de temperatuur van de buitenlucht;
  • de U-coëfficient van de wand;
  • de vochtigheid van de binnenlucht.

Indien dit verschijnsel zich voordoet, dient men :

  • het lokaal beter te verluchten;
  • de luchttemperatuur van het lokaal te verhogen;
  • de relatieve vochtigheid van de binnenlucht te verminderen;
  • eventueel beglazing toepassen met een lagere U-coëfficient.

Voorbeeld van U-waardes:

enkel glas SGG PLANILUX 4 mm U = 5.8 W/m2K
dubbel glas SGG CLIMALIT 4/12 lucht/4 mm U = 2.9 W/m2K
HR-glas SGG CLIMAPLUS ULTRA N 4/15 argon/4 mm U = 1.1 W/m2k

Indien men de kans op condensatie nader wil beoordelen, zijn vooral in woningen de volgende waterdampproducerende factoren van belang :

  • planten
  • open keukens
  • aquaria

Dit is geen reden tot klacht.

2. In het isolatieglas zelf

Dit betekent dat het isolatieglas niet luchtdicht meer is. De beglazing dient te worden vervangen. Zie onze specifieke garantiebepalingen.

3. Aan de buitenkant van het lokaal (zijde 1)

Bij isolatieglas met een lage U–waarde, kan er tijdelijk condensatie optreden aan de buitenzijde van de beglazing, in specifieke atmosferische omstandigheden mbt de temperatuur en relatieve vochtigheid van de buitenlucht. Dit vormt geen reden tot klacht. Het is een seizoensgebonden verschijnsel dat zich vooral ’s morgens voordoet en vanzelf na enkele uren verdwijnt.

Heeft u een probleem met vertekende spiegeling?

Wanneer men enkel glas of isolatieglas tegen een donkere achtergrond bekijkt, werkt het als een spiegel. Reflecterend glas geeft uiteraard altijd een weerkaatsing, onder andere uitgedrukt als buitenlichtreflectie (Rle).

Voorbeelden van vertekende spiegeling zijn:

  • regengoot die gebogen lijkt.
  • elektrische kabels die doorgebogen lijken.
  • meervoudige weerspiegeling van autolampen.

De weerkaatsing van de afzonderlijke glasbladen van het isolatieglas kan verschillend zijn.

1. Hoofdoorzaken van vertekende spiegeling :

1.a Druk en temperatuurvariaties.

In de spouw van het isolatieglas kunnen zowel de barometrische druk als de temperatuur variëren. De twee glasbladen van het isolatieglas zijn immers van elkaar gescheiden door een ruimte gevuld met droge lucht of gas, hermetisch afgesloten in de fabriek, onder de barometrische druk en aan de temperatuur die op dat moment in de fabriek heerst. Na productie, als gevolg van de atmosferische schommelingen (luchtdruk en
temperatuur), kan de hoeveelheid droge lucht of gas, ingesloten in de spouw, hetzij uitzetten (barometrische druk daalt en/of de temperatuur stijgt), hetzij inkrimpen (barometrische druk stijgt en/of de temperatuur daalt). De glasbladen vervormen dus in functie van deze uitzetting (bol) of inkrimping (hol).

1.b Plaatsing.

Zowel de verschillende plaatsingssystemen (geschroefd, geklemd, ...) als de rechtheid van het schrijnwerk kunnen de vlakheid van het glas beïnvloeden.

1.c Thermische behandeling.

Behandelingen zoals het harden, half-harden, buigen, enz ... brengen vervormingen van het glasoppervlak met zich mee. Optische vervormingen zijn eigen aan het product glas en vormen geen reden tot klacht. De waarneming wordt trouwens beïnvloed door de omgeving waarin het gebouw zich bevindt en andere vaststellingsparameters.

Het fenomeen van hol en bol staan van isolatieglas noemt men deflectie. Deflectie beïnvloedt de parallelliteit, het in evenwicht zijn van de weerspiegeling in de twee ruiten. Voor reflecterende glassoorten kan de vertekening meer opvallen door een hogere weerspiegeling. Na plaatsing en voor ingebruikname van het gebouw, treedt het verschijnsel vaak op omdat de ruit "went" aan de nieuwe (onverwarmde) omgevingstemperaturen. Dit verschijnsel verdwijnt meestal na ingebruikname van het betreffende gebouw. Voor reflecterende glassoorten kan de vertekening meer opvallen door een hogere weerspiegeling.

Heeft u een probleem met de glaskleur?

De kleur van het glas (groenachtig) hangt af van de glasdikte, de productie en de samenstelling van de grondstoffen. Hierdoor kunnen bij nabestellingen kleurafwijkingen ontstaan. Bij gebruik van gelaagd glas moeten de ruiten die naast elkaar geplaatst worden dezelfde samenstelling hebben, wil men kleurverschil voorkomen.

Heeft u een probleem met interferentie en anisotropie?

1. Interferentie

Interferentie is een natuurkundig verschijnsel, te wijten aan de hoge kwaliteit (vlakheid) van het glasoppervlak. Een stuk glas kan werken als een prisma en het daglicht splitsen in verschillende kleuren. Deze worden aan de glasoppervlakte zichtbaar als vlekken, stroken of cirkels ("brewsterringen"), die er uitzien als regenboogachtige olievlekken. Interferentie kan zich onder meer voordoen wanneer 2 ruiten direct contact met elkaar maken. Zowel in reflectie als in doorzicht is interferentie zichtbaar. De interferentiebanden of – ringen verplaatsen zich wanneer men druk uitoefent op het midden van de beglazing. Interferentie is geen reden tot klacht.

2. Anisotropie

In zijn gewone staat is glas een amorf isotroop materiaal, m.a.w. het heeft een identieke optische brekingsindex en identieke mechanische eigenschappen in alle richtingen. De thermische behandeling van half-gehard en gehard glas wekt in het glasblad drukspanningen op aan het oppervlak, zodat het glas anisotroop wordt. Door de natuurlijke belichting en de reflecterende eigenschappen die van punt tot punt verschillen, kan de oppervlakte van het glasblad tekeningen van verschillende (regenboogachtige) kleur vertonen, te wijten aan interferentie. Deze tekeningen zijn het natuurlijke gevolg van de thermische
behandeling en vormen geen reden tot klacht.

Heeft u een probleem met oppervlakte-aantasting?

Glas is hoe langer hoe meer onderhevig aan aantasting door externe factoren zoals het omgevingsmilieu, industriële verontreiniging en bouwschade. Hieronder enkele voorbeelden:

a) Inslag van gesmolten metaaldeeltjes

Wanneer gesmolten metaaldeeltjes (lasspatten, slijpsel, ...) op het glas inslaan, branden ze in het glas in. Deze beschadiging is onherstelbaar. Er kan ook corrosie van het glasoppervlak ontstaan door metaaloxiden, die vrijkomen langs spoorlijnen voor trein- of tramverkeer.

b) Lopers

  • Cement kan kalk afgeven, vooral in de maanden kort na het optrekken van het gebouw. Deze kalk kan door het regenwater meegevoerd worden over het glasoppervlak heen, en zet zich op het glasoppervlak vast. We noemen dit cementsluier. Dit dient vermeden te worden. Wanneer de afzetting niet te sterk is, kan het polijsten van het glasoppervlak een oplossing bieden.
  • Sommige behandelingsproducten voor gevels, daken of schrijnwerk, kunnen onherstelbare schade veroorzaken aan het glasoppervlak.

c) Irisatie

Wanneer het glas gedurende ruime tijd in contact blijft met (regen)water, kan er op het glasoppervlak een fijne witte laag verschijnen, die kan weggewassen worden. Indien deze witte laag evenwel te lang op het glas blijft, tast deze het glasoppervlak aan. Hierdoor worden de optische eigenschappen van het glas aangetast.

Externe elementen geven geen aanleiding tot klacht.

Heeft u optisch waarneembare fouten?

De ontvanger dient binnen 5 werkdagen na levering de ruiten te controleren. Indien zich onvolkomenheden voordoen, dient hij ons hiervan schriftelijk in kennis te stellen. Optisch waarneembare fouten worden op hun toelaatbaarheid gecontroleerd, waarbij het isolatieglas in meerdere kwaliteitszones wordt verdeeld.

a. Definitie van zones en maateenheden

  • Zone verborgen door de sponning
    Rand rondom de beglazing die onzichtbaar wordt na plaatsing (zie tekening hieronder).De sponning is de inspringende hoek, uitgevoerd in de rand van een raamprofiel, om de beglazing in vast te zetten. Men onderscheidt open sponningen, waarin de beglazing vastzit door een kitvoeg, en gesloten sponningen, waarin de beglazing wordt vastgehouden door glaslatten.
  • Randzone
    Zone van 75 mm breed rondom de beglazing, aansluitend op de sponning.
  • Centrale zone
    Zone binnen de randzone.
  • S-oppervlakte
    Oppervlakte in m2, niet verborgen door de sponning (daglichtoppervlakte).
  • Lopende meters
    Lengte van de omtrek van de uiterste randzone.

b. Types fouten

1. Puntfout:

  • vlek met lichte kleurverandering in een specifiek afgebakende zone
  • luchtbel, steentje, tintverschil in de coating, ...

2. Lijnvormige fouten:

  • haarfijne kras: zeer fijne kras, niet voelbaar met vingernagel
  • kras: zeer fijne kras, voelbaar met vingernagel, maximum 0.5 mm breed
  • de lengte van een lijnvormige fout is de afstand tussen de twee uiterste punten

c. Waarnemingsvoorwaarden

1.Doorzicht

De waarneming (van binnen naar buiten) vindt plaats op een afstand van meer dan 2 meter, bij diffuus daglicht. De waarnemingshoek komt overeen met een normaal te verwachten hoek (ooghoogte).

2.Reflectie

De waarneming in aanzicht (van buiten naar binnen) vindt plaats vanop een afstand van minimum 5 meter.

d. Toegelaten fouten

1. Zone verborgen door de sponning

Zowel randschilfers als punt- en lijnvormige fouten vormen geen reden tot klacht.

2. Randzone

Vormen geen reden tot klacht:

  • Puntfouten
    • S ≤ 1 m2: maximum 4 fouten met een diameter ≤ 3 mm
    • 1 m2 < S ≤ 3 m2: het aantal fouten met een diameter ≤ 3 mm moet kleiner of gelijk zijn aan het aantal lopende meter van de beglazing
    • S > 3 m2: het aantal fouten met een diameter ≤ 3 mm moet kleiner of gelijk zijn aan het aantal lopende meter van de beglazing, met maximum 1 fout van 3 tot 5 mm breed
    • Niet gegroepeerde puntfouten kleiner dan 1 mm, met maximum 4 fouten in een cirkel van 50 mm diameter
  • Lijnvormige fouten
    • Haarfijne krassen: toegelaten, indien niet gegroepeerd
    • Krassen: gecumuleerde totale lengte van 90 mm; maximale lengte 30 mm per kras

3. Centrale zone

Vormen geen reden tot klacht:

  • Puntfouten
    • S ≤ 1 m2: maximum 2 fouten met een diameter ≤ 2 mm
    • 1 m2 < S ≤ 3 m2: maximum 3 fouten met een diameter ≤ 2 mm
    • S > 3 m2: maximum 5 fouten met een diameter ≤ 2 mm en maximum 1 fout met een diameter ≤ 5 mm
    • Niet gegroepeerde puntfouten kleiner dan 1 mm, met maximum 4 fouten in een cirkel van 50 mm diameter
  • Lijnvormige fouten
    • Haarfijne krassen: toegelaten, indien niet gegroepeerd
    • Krassen: gecumuleerde totale lengte van 45 mm; maximale lengte 15 mm per kras

Bij pyrolithische coatings is, inherent aan het productieproces, een zekere wolkvorming of vlekvorming niet uit te sluiten, zowel in het geval van doorzichtbeglazing als bij borstweringsbeglazingen.

Heeft u een thermische breuk?

Een thermische breuk treedt op wanneer tussen twee zones van een glasblad een te groot temperatuurverschil ontstaat. Temperatuurverschillen zijn mogelijk omdat glas een relatief slechte warmtegeleider is.

Een gedeelte van de ruit bijvoorbeeld absorbeert warmte, stijgt in temperatuur en zet uit. Het gedeelte in de sponning of in de schaduw blijft koud(er) maar wordt meegetrokken door het warme gedeelte. Dit veroorzaakt drukspanningen in het warme deel en trekspanningen in het koude deel.

Als het breekpunt bereikt wordt, ontstaat een thermische breuk. Het is een barst die bij de basis loodrecht staat op de glasrand. De scheur volgt verder de grens tussen de koude en warme zone omdat hier de hoogste spanningen aanwezig zijn. Zij buigt af naar links en/of naar rechts bij grote temperatuurverschillen; bij geringe spanningen komt vaak alleen de korte loodrechte barst voor. De barsten nemen dikwijls zeer grillige vormen aan, waardoor ze gemakkelijk te onderscheiden zijn van bijvoorbeeld een mechanische breuk.

Voorbeeld van een thermische breuk :

Welke factoren beïnvloeden de thermische spanningen?

a) Bezonning en klimaat

  • de geografische ligging van het gebouw (lengte- en breedtegraad)
  • de oriëntatie van de verschillende gevels
  • het seizoen
  • het tijdstip (minimale temperatuur bij zonsopgang, maximaal omstreeks 14.00 uur)
  • de mate van bewolking
  • de graad van (lucht)vervuiling
  • de reflectie van de grond of van andere nabijgelegen structuren

b) Glastype

Warmtestraling, of deze nu afkomstig is van de zon of van een andere warmtebron, wordt door het glas gedeeltelijk doorgelaten. Het glas reflecteert een deel en absorbeert een deel. De verhouding tussen warmtetransmissie, absorptie en reflectie is afhankelijk van het glastype, maar de som is steeds 100 %. Het is de factor "absorptie" die aan de basis ligt van de thermische spanningen in het glas. Hoe hoger de absorptie, hoe hoger de temperatuur van het glas, hoe groter de kans op spanning in het glas.

Blank glas heeft een maximum toelaatbare temperatuurgradiënt van 25° C (tot 70° C met een zeer zorgvuldig gesneden rand). Dit geldt ook voor draadglas, rekening houdende met het feit dat hier nooit gave snijranden mogelijk zijn en dat de metaaldraad een hogere warmteabsorptie heeft. Thermisch behandeld glas kan temperatuurverschillen verwerken van meer dan 100° C.

c) Glasranden

Omwille van de snijkanten is het glas het zwakst aan de rand; vandaar dat een thermische breuk ook bijna altijd aan de rand ontstaat.De randafwerking vergt daarom bijzondere aandacht. Een vlakke, rechte snede is ideaal. Dit is bij glas dikker dan 6 mm moeilijker te realiseren. Een lichte beschadiging is aanvaardbaar, maar niet-rechte versnijdingen of afsplinteringen moeten vermeden worden.Eventueel kan de rand fijn geslepen worden om de spanningen te verminderen.

d) Glasmaten en glasdikte

Hoe kleiner de omtrek van de ruit, hoe geringer het risico op breuk en beschadiging. Grote en dikke glasbladen zijn moeilijker te versnijden, te behandelen en te plaatsen, zodat hier meer beschadigingen voorkomen.

e) Raam

Glas warmt zeer snel op. De profielen waarin het glas geplaatst is, zijn thermisch veel inerter waardoor het glas aan de rand minder snel opwarmt. Het is aanbevolen een (goed) thermisch contact tussen het raam en het metselwerk te vermijden, om warmteverlies te voorkomen. Bij thermisch onderbroken profielen dient de thermische onderbreking zich buiten het glasvlak te bevinden. Vooral bij kunststof- en aluminiumramen is de kleur van het profiel belangrijk. Een profiel in een lichte kleur weerkaatst de warmte en neemt dus minder snel de warmte op dan een donker profiel dat de warmte absorbeert.

f) Schaduwen (extern)

Schaduwen kunnen ontstaan door overhangende luifels en balkons, dakgoten, muren, zonwering, raamstijlen, enz. De thermische spanning is maximaal indien minder dan 25 % van de glasoppervlakte beschaduwd is en het beschaduwd gedeelte meer dan 25 % van de glasomtrek bevat. Doorgaans zijn horizontale, verticale of diagonale schaduwpartijen ongevaarlijk. Kritieker zijn de "dubbele diagonalen", vooral als de V-punt naar het midden van de glasrand wijst.

g) Gordijnen, zonneblinden

Gordijnen, zonneblinden, folies enz. aan de binnenzijde verhogen de warmte-absorptie in het glas. Zonneblinden en dergelijke moeten op minstens 50 mm van de glasoppervlakte geplaatst worden. Tevens moet er rekening gehouden worden met een opening (boven en onder) van minimaal 50 mm om een vrije luchtdoorstroom mogelijk te maken. Het verdient aanbeveling om een vergrendeling in te bouwen zodat het volledig sluiten van onvolledig neergelaten jaloezieën onmogelijk is. Heldere kleuren moeten vermeden worden. In geen geval folies, stickers, posters en dergelijk op het glas kleven.

h) Verwarming en airconditioning

Men dient zoveel mogelijk te vermijden dat de warme of de koude lucht direct op het glas gericht is.

i) Achterliggende structuren

Bouwkundige structuren die zich dicht bij het glasoppervlak bevinden (verlaagde plafonds, kolommen, leidingen, enz.), verhogen de glastemperatuur.

j) Vorm van het glas

Uitsnijdingen, gleuven enz. verhogen het risico op thermische breuk, gezien het glas hierdoor fysisch verzwakt wordt. Om thermische breuk te vermijden, kan men het glas thermisch behandelen: hetzij harden ,hetzij half-harden (durci). Beide bieden voldoende garanties tegen thermische breuk. Als vuistregel kan men stellen dat harden bij een absorptie groter dan 50 % altijd overwogen moet worden. Als hulpmiddel kan onderstaande tabel gebruikt worden, die evenwel steeds getoetst moet worden aan de bovenstaande factoren m.b.t. oorzaken van thermische spanningen. Glas moet ALTIJD thermisch behandeld worden als de aangegeven absorptiewaarden (%) overschreden worden.

Inspringing van de beglazing t.o.v. de voorkant van de grootste geveluitsteek
Sponning < 300 mm > 300 mm
enkel of gelaagd Iso(1) enkel of gelaagd Iso(1)
Massief 45 40 40 35
Zwak geleidend 60 50 50 40
Isolerend 65 55 55 45

(1) Voor isolatieglas gelden de cijfers enkel voor het buitenblad dat als enig absorberend blad wordt beschouwd.

Opmerking :

  • Massieve sponning = beton, metselwerk, dikke metalen profielen in rechtstreeks contact met een massieve wand.
  • Zwak geleidend = metalen schrijnwerk.
  • Isolerende sponning = hout, kunststof, metalen schrijnwerk niet in rechtstreeks contact met een massieve wand.
  • Voor dubbele beglazing met ingebouwde jaloezieën (SGG CLIMAPLUS SCREEN) geldt een maximale absorptiecoëfficiënt van 40 %.
  • Beglazing met gaten of niet rechte uitsnijdingen hanteren een beperking van 30 %.

Thermische breuk is geen reden tot klacht.

Heeft u een probleem met ingebouwde kruiskozijnen?

  • Voor kruiskozijnen wordt minimum spouw 12 mm toegepast.
  • De lak aan de zaagsnede kan lichte beschadigingen vertonen. Dit is inherent aan de verwerking.
  • Het plaatsen en vastzetten van isolatieglas met ingebouwde kruiskozijnen in raamvleugels kan aanleiding geven tot lichte afwijkingen in de haaksheid van de kruiskozijnen ten opzichte van het raam.
  • Bij isolatieglas met grote afmetingen, met ingebouwde kruiskozijnen opgebouwd uit vrij lange tussenstukken, kunnen er bij wind, bij het bewegen van het raam, of bij atmosferische drukverschillen, trilgeluiden ontstaan, veroorzaakt door de kruiskozijnen zelf, of door het contact tussen glas en kruiskozijnen.

Dit is geen reden tot klacht.

Heeft u een breuk?

  • Breuken en klachten dienen uiterlijk binnen 5 werkdagen, inclusief leverdag, schriftelijk gemeld te zijn. Na het verstrijken van deze termijn zal het gemelde uitsluitend nog tegen betaling herleverd worden.
  • Alle breuken en overige meldingen dienen te geschieden met opgave van het opdrachtnummer en/of factuurnummer waarmee het gemelde geleverd is. Bij foutieve opgave hiervan zal het gemelde tegen betaling worden herleverd. Een eventuele latere juiste opgave doet hieraan niet af.
  • Indien een ruit reeds geplaatst is, dient bij een klacht een opgave verstrekt te worden van naam, adres, woonplaats en eventueel telefoonnummer van diegene waar deze ruit geplaatst is.